Hoofdstuk 2.3
Terwijl ik van de lift naar de lobby liep besefte ik plots dat ik eigenlijk nog altijd niet wist hoe hij heette. We hadden gepraat, we hadden gelachen maar hij had me niet verteld wat zijn naam was. Deed hij dat met opzet? Hield hij van wat Misterie? Of misschien speelt ie gewoon wat met mijn voeten! Misschien ben ik gewoon het nieuwe speeltje dat hij straks weggooit wanneer hij het beu is? Ik begon al kwaad te zien voor er iets geschied was! "Herpak je", zei ik tegen mezelf.
De lobby van het hotel was één grote zaal met in het midden een grote fontein. Rond de fontein stonden allemaal bankjes mooi twee aan twee bij elkaar. Boven de fontein was een grote glazen koepel die het zonlicht binnenliet waardoor de hele lobby er heel zonnig uitzag. De marmeren vloeren spiegelden alles terug en nergens was ook maar één vlekje te bespeuren. Aan de receptie stonden enkele mensen die zich aan het inchecken waren of die gewoon hun sleutel afgaven om ook de stad in te trekken. Ik ging ook in de rij staan. Voor me stond een volslanke dame. Wat op het eerste zicht in haar armen leek op een pluche-achtige was in werkelijkheid een mooi gekapt hondje. Het hondje (als je het een hondje kon noemen) keek me argwanend aan. Ik keek in zijn ogen en hij beantwoordde dit en begon daarna terstond te keffen! Het dametje berispte het kleine mormel en schoof toen een plaats naar voor. Nadat ze zich had ingechecked was het mijn beurt.
Ik gaf mijn sleutel af en liep richting fontein. Daar vond ik in een van de bankjes nog een vrij plekje naast een man die druk zijn krant aan het lezen was! "Ik dacht dat je hier niet meer ging geraken", lachtte een stem van achter de krant... De man vouwde zijn krant dicht en ik zag dat het hem was. Ik bloosde even en glimlachtte: "ja, hier ben ik dan, hehe". "Klaar voor de wildste nacht van je leven", vroeg hij me waarop mij rechtstond mij bij de hand nam en me rechttrok.
Hij had zich kunnen parkeren net voor de ingang. Hij reed met een sportief Alfaatje in een felrode kleur. "Eerst iets eten", zei hij, "en ik weet de perfecte plek." "Ooit al eens inktvispasta gegeten?"
De lobby van het hotel was één grote zaal met in het midden een grote fontein. Rond de fontein stonden allemaal bankjes mooi twee aan twee bij elkaar. Boven de fontein was een grote glazen koepel die het zonlicht binnenliet waardoor de hele lobby er heel zonnig uitzag. De marmeren vloeren spiegelden alles terug en nergens was ook maar één vlekje te bespeuren. Aan de receptie stonden enkele mensen die zich aan het inchecken waren of die gewoon hun sleutel afgaven om ook de stad in te trekken. Ik ging ook in de rij staan. Voor me stond een volslanke dame. Wat op het eerste zicht in haar armen leek op een pluche-achtige was in werkelijkheid een mooi gekapt hondje. Het hondje (als je het een hondje kon noemen) keek me argwanend aan. Ik keek in zijn ogen en hij beantwoordde dit en begon daarna terstond te keffen! Het dametje berispte het kleine mormel en schoof toen een plaats naar voor. Nadat ze zich had ingechecked was het mijn beurt.
Ik gaf mijn sleutel af en liep richting fontein. Daar vond ik in een van de bankjes nog een vrij plekje naast een man die druk zijn krant aan het lezen was! "Ik dacht dat je hier niet meer ging geraken", lachtte een stem van achter de krant... De man vouwde zijn krant dicht en ik zag dat het hem was. Ik bloosde even en glimlachtte: "ja, hier ben ik dan, hehe". "Klaar voor de wildste nacht van je leven", vroeg hij me waarop mij rechtstond mij bij de hand nam en me rechttrok.
Hij had zich kunnen parkeren net voor de ingang. Hij reed met een sportief Alfaatje in een felrode kleur. "Eerst iets eten", zei hij, "en ik weet de perfecte plek." "Ooit al eens inktvispasta gegeten?"


0 Comments:
Post a Comment
<< Home